Het Leidsch Dagblad maakt in de zomer elke week een reportage over een bijzondere sport. In de week van 18 augustus was het de beurt aan Kano Rijnland. Journalist Aniek Wiggers trainde mee en leerde wat kanopolo inhoudt.
Kanopolo: krachtpatsers die niet bang zijn
Botsen, vangen, gooien, sprinten en vallen
Een combinatie van rugby en waterpolo, maar dan in een kano? Dat moesten we maar eens proberen.
Bor en Mick in een duel (foto: Rob van Dullemen)
LEIDERDORP Los van een paar keer kajakken op vakantie in Frankrijk, heb ik niks met peddelen. Althans, dat dacht ik. Toch beviel de training kanopolo mij zeer.
Mick, ervaren kanopoloër en voor de gelegenheid mijn trainer, vangt mij om stipt zeven uur op. In het clubhuis van Kano Rijnland drinken we koffie en legt hij het spel in grote lijnen uit. Zo leer ik dat kanopolo een combinatie is van rugby en waterpolo, maar dan in een kano. Een wedstrijd speel je met vijf tegen vijf en duurt twee keer tien minuten.,,De sport is intensief, dus die tijd is ruim voldoende."
Proppen
Na de koffie kleed ik me om. Waar mijn mede- kanopoloërs in heuse kanopolo-uitrusting ten tonele verschijnen, inclusief eigen boot en peddels, kom ik in een sportbroekje en shirt aan. Wel heb ik keurig mijn waterschoentjes aan. De rest leen ik van de club.
Dat is overigens makkelijker gezegd dan gedaan. Met mijn lengte van één meter negentig blijkt het een opgave om een passende boot te vinden. In de eerste drie boten zijn de voetsteunen niet lang genoeg en pas ik niet, zelfs met goed proppen.
Ook boot vier en vijf zijn niet gebouwd voor mijn figuur, maar nummer zes past. Ten minste, als ik een van mijn benen langs de voetensteun wurm. Stabiel ligt het niet, maar wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd. Nadat ik ook de peddel, helm en zwemvest heb gekregen, is het tijd om het water op te gaan.
Wiebelig overgooien
Mick houdt mijn kano vast terwijl ik onhandig mijn benen in de kuip zet. Balancerend op de smalle boot zorg ik dat mijn benen op de juiste positie komen zodat ik kan gaan zitten. De trainer geeft me mijn peddel aan en ik krijg de opdracht om wat meters te varen.
Ik begin wiebelig, maar al snel lukt het aardig. Ik peddel voor Mick uit terwijl hij me tips geeft. Na een paar minuten heb ik het goed genoeg onder de knie om de bal over te gooien. Met mijn achtergrond als hockeykeeper heb ik prima hand-oogcoördinatie en gaat het overgooien goed.
Tevreden maar voorzichtig bekijk ik mijn vooruitgang. Kletsend met Mick gooien we gemoedelijk over en met het warme weer is het opspattende water geen straf. Zodra de bal mijn kant op komt, vang ik de bal met mijn peddel. Die leg ik haaks op mijn boot, zodat ik die na het gooien weer snel kan grijpen om verder te varen. Wat onwennig breng ik mijn boot weer in de juiste positie om de bal te ontvangen.
Nummertje gooien
Al snel word ik in het diepe gegooid: meedoen met de mannen. Mick haalt drie spelers naar onze kant en legt de oefening uit. We gaan 'nummertje gooien'. Op ieders zwemvest staat een nummer en op volgorde van laag naar hoog gooi je de bal naar degene met een hoger nummer, terwijl de rest de bal probeert te onderscheppen en daarbij aanrakingen niet schuwt. Voor de goede orde: dit alles in een smal bootje.
Met mijn nummer negentien zit ik precies in het midden van de vijf nummers. We peddelen, verdedigen en gooien wat af. De een behendiger dan de ander. Toch heeft Mick genoeg vertrouwen in mijn kunnen om de volgende oefening uit te zetten.
We vormen een kruis, met twee spelers aan weerszijden van het goal - een soort
handbaldoel, maar dan kleiner en op palen - en de middelste speler ervoor. Een van de spelers naast het doel gooit de bal naar de sprintende middelste speler, die de bal dient te scoren. Ik verklap het vast: lijkt simpel, is moeilijk.
Brute spierkracht
De bal vangen lukt me redelijk, maar de brute spierkracht ontbreekt om de bal het hoge doel in te krijgen. Keer op keer raak ik of de onderkant of gooi ik in het luchtledige. Vol verwondering kijk ik naar de jongens die met het grootste gemak de bal keihard in het net gooien.
Na de oefeningen is het tijd voor het echte werk en gaan we een partijtje spelen. We worden verdeeld in teams van zes dan wel zeven en ik vertrek met team geel naar de overkant. Na een snel overleg en het kiezen van de aanvoerder stellen we ons op (ik sta wissel) en begint het spel.
Een wedstrijd begint met de sprint, waar van elk team een speler zo snel mogelijk naar het midden vaart en daar de bal probeert te veroveren. Halverwege de eerste helft kom ik in het spel. Lichtelijk verloren probeer ik de mannen bij te houden en meermaals ben ik nog onderweg naar het laatste duel als de bal zich weer op een andere plek bevindt.
De beginsprint van de tweede helft mag ik doen. In mijn poging de boot recht te leggen smokkel ik half per ongeluk al een paar meter. Ik sprint zo snel ik kan (in mijn hoofd was ik sneller) naar het midden en krijg de bal mijn kant op gegooid. Alle techniek die ik zojuist aangeleerd heb gekregen verdwijnt als sneeuw voor de zon en onhandig grijp ik naast de bal.
Tijdens de wedstrijd weet ik, tot mijn voldoening, de bal te vangen én die keurig naar mijn teamgenoot te gooien zonder in het water te vallen. Daarna vind ik het weer welletjes en vertrek ik zo snel als mijn peddelkunst het toelaat naar de achterlijn om te wisselen, waar ik veilig ben. Daar klets ik wat met Quinten, die nu acht jaar aan kanopolo doet.,,Ik begon tijdens de middelbare school en vond het zo leuk dat ik het ben blijven doen. Het was wel even wennen om de controle over de boot te houden."
Biertje
Na afloop complimenteren de jongens mij met het feit dat ik niet het water in ben gevallen ('dat was bij mijn eerste keer wel anders') en trots steek ik dat compliment in mijn zak. Inmiddels koud geworden kleed ik me snel om en drinken we nog een biertje met elkaar in het clubhuis.
De mannen vertellen me het een en ander over de sport. Zo leer ik dat slechts 640 Nederlanders aan kanopolo doen. Kano Rijnland kent ongeveer dertig actieve leden, variërend in niveau en leeftijd. Qua jeugd- en vrouwenteams kan de vereniging nog wel een oppepper gebruiken, voegt Mick toe.
Ik heb genoten van de spoedcursus kanopolo en sluit een vervolg in de sport zeker niet uit. Zoals Mick zegt:,,Kanopolo is een sociale sport. Je zit in een bootje en hebt het gezellig met elkaar."
Kano Rijnland
Boomgaardlaan 22
2351 CR Leiderdorp
ofni.[antispam].@kanorijnland.nl
© 2026 - 2026 Kano Rijnland